In 1968 verhuist Roger Raveel samen met zijn echtgenote Zulma en zijn vader Gustaaf naar een woning in de Hoevestraat in Machelen-aan-de-Leie. De voormalige hoeve wordt bescheiden maar toch modern gerenoveerd en ingericht. Deze nieuwe omgeving komt ook in de schilderijen tevoorschijn vanaf de jaren 1970. Zo zien we in dit werk de witte ruimte van de woonkamer waar vader Raveel door het raam naar buiten lijkt te kijken. De aluminium lijst omheen het geschilderde raam verraadt echter dat dit geen zicht op de tuin is, maar een schilderij. In tal van tekeningen en schilderijen beeldt Raveel zijn vader af. De anonieme figuren met pet zijn dikwijls op hem geïnspireerd. Dit werk is gemaakt een jaar voor de dood van Gustaaf Raveel. Het is een melancholisch schilderij: vanuit de lege witte ruimte kijken we mee over de schouder van een in gedachten verzonken man.
