Roger Raveel

Roger Raveel werd op 15 juli 1921 geboren in Machelen-aan-de-Leie, een dorp nabij Gent waar hij altijd heeft gewoond en gewerkt tot zijn overlijden op 30 januari 2013. Hij studeerde aan de Stedelijke Academie van Deinze en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent. Zijn leraren waren onder meer Hubert Malfait en Jos Verdegem. Via zijn vriend Hugo Claus leerde hij in het begin van de jaren 1950 schilders van de Cobragroep zoals Karel Appel en Corneille kennen. Hij wil echter heel andere wegen op met zijn schilderkunst. In 1962 verblijft hij drie maanden in Albisola Mare (Italië) waar hij werkt en tentoonstelt met kunstenaars als Lucio Fontana en Asger Jorn.
In de tweede helft van de jaren 1950 evolueerde hij naar een meer abstracte schilderkunst die haar wortels heeft in het beleven van het organische, het vegetatieve, het animale. Maar omstreeks 1962 schildert hij het drieluik 'Neerhof' met in het midden een kooi met levende duif. Hij wil een directe dialoog tot stand brengen tussen kunst en werkelijkheid, zijn 'Nieuwe Visie'.
In 1966-67 transformeert Raveel de keldergangen van het kasteel te Beervelde, nabij Gent, tot een picturaal environment. Hierbij krijgt hij de medewerking van Etienne Elias, Raoul De Keyser en Reinier Lucassen. Na de schilderingen te Beervelde ontstaan een aantal beschilderde objecten zoals 'Illusiegroep' en 'Tuintje met karretje om de hemel te vervoeren'. Zijn alert milieubewustzijn brengt de kunstenaar er toe zijn engagement te visualiseren door middel van manifestaties als 'De Zwanen van Brugge' en 'Raveel op de Leie' (1971). Bijna 20 jaar later, in 1990, herdenkt Roger Raveel het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door met een op wielen gemonteerde beschilderde kleerkast doorheen het stadscentrum van Brussel te rijden.
Voor zijn artistieke bedrijvigheid en zijn bijdrage aan de kunstgeschiedenis ontvangt Roger Raveel eervolle vermeldingen bij de Prijs voor de Jonge Belgische Schilderkunst (1958 en 1960) en een onderscheiding in de Europaprijs (1962), de Internationale Joost vanden Vondelprijs (1983), de Gouden Erepenning van de Vlaamse Raad (1992), de adellijke titel van Ridder (1995) en de Van Ackerprijs (1996).
Architectuur
Stéphane Beel ontwierp een museum waarin de kunst van Roger Raveel zich thuis voelt. Het is een gebouw dat zich op een bevreemdende en vervreemdende manier in het dorp integreert. Het stoot het dorp niet af. Integendeel, het vindt er zijn plaats en benadrukt de werkelijkheid ervan.
Onopvallend opvallend, open en dicht, helder en ondoorgrondelijk neemt het de kavels in zich op als in een leesbaar labyrint van ruimtes. Het kijkt naar de omgeving, laat ze in zich toe en trekt zich in zichzelf terug. Kenners noemen het één van de boeiendste en meest poëtische werken van deze architect.
In Ons Erfdeel (jg. 44, 2001) beschrijft architectuurcriticus Olaf Winkler de integratie van het museum in Machelen-aan-de-Leie als volgt:
"Op zo'n plaats kan een museum alles overhoop halen, wanneer het de dingen naar zich toe wil halen. Dat dit niet gebeurd is, is te danken aan Stéphane Beel. Deze architect heeft voor de beeldende kunst van Roger Raveel een gebouw gemaakt dat niets verlangt: het wil alleen maar daar zijn zoals de rest van het dorp."
Team









