Tot 1968 woont Raveel met Zulma en vader Gustaaf in een huisje in de Petegemstraat waar hij een atelier installeert op de zolderverdieping. Vanuit het raam kijkt hij uit over het voetbalveld van de lokale ploeg en de achterliggende huizen en velden. Het werk toont verwantschappen met bepaalde landschappen van Jean Brusselmans (1884-1953). Na de Tweede Wereldoorlog wil Raveel, wars van het expressionisme, de wereld met een nieuwe frisse blik bekijken. Geboeid ziet hij hoe de ‘moderniteit’ het landelijke leven binnendringt. De schilder incorporeert betonmuurtjes, betonpalen, fietskarretjes en moderne gebruiksvoorwerpen, maar ook het voetbalveld, in zijn schilderijen. In die zin is Raveel beïnvloed door het werk van de Franse schilder Fernand Léger (1881-1955) die ook het moderne leven tracht weer te geven. Ook moderne affiches en reclamebeelden infiltreren het werk van Raveel. Zo benoemt hij het rood en het blauw in de achtergrond van ‘Voetbalveld’ als ‘Cinzano-kleuren’
