Tijdelijk gesloten tot juni 2026
nl fr en
Kasper Andreasen, Panel No. 101, 2021
Raphaël Buedts, Kam, 1979-1984
Sine Van Menxel, Hoekzonnen 2020, 2022
13.03.2022 12.06.2022

Vocabularium

Kasper Andreasen, Raphaël Buedts, Sine Van Menxel

In de tentoonstelling Vocabularium staat het ‘verzamelen van de werkelijkheid’ centraal. Op een heel eigen manier vertalen deze kunstenaars hun waarneming van vormen, objecten en patronen in een specifiek medium dat aan een grondig onderzoek wordt onderworpen. Kunstwerken ontspruiten als woorden in een eindeloze keten van betekenisdragers en verwijzingen, een lexicon aan persoonlijke en archetypische referenties. Vocabularium is opgevat als een combinatie van drie solopresentaties die tot een welluidend geheel verweven zijn.

In zijn werk tracht Kasper Andreasen (1979) abstracte noties als tijd en ruimte tastbaar te maken. In kleine schilderijen op paneel onderzoekt hij de textuur en schriftuur van verf op een drager in composities die soms abstract zijn maar vaak ook echo’s bezitten van landschappen en stedelijke structuren. Andreasen indexeert en catalogeert zijn vele reizen via het verzamelen van tickets, knipsels, verpakkingsmateriaal, (aan)tekeningen en ander efemeer drukwerk in haast sculpturale boeken. Ook landkaarten en wetenschappelijke illustraties recupereert, bewerkt en vertaalt hij naar tekeningen.

Voor de creatie van zijn sculpturen kiest Raphaël Buedts (1946-2009) de meest eenvoudige middelen: houten blokken en planken, takken, later ook gips en brons. Buedts’ werkmethode is direct, sober en ongekunsteld. De kunstenaar stapelt en bouwt vanuit de basisbeginselen van de fysica: zwaartekracht, massa, volume tegenover leegte. De kleuren, structuren en licht- en schaduwpartijen van het landschap inspireren hem tot beheerste en tegelijk poëtisch ‘wankelende’ composities en objecten die een duidelijke referentie dragen aan meubelstukken uit een intieme, huiselijke omgeving.

Sine Van Menxel (1988) gaat aan de slag met analoge fotografietechnieken. De creatie van het beeld overspant bij Van Menxel verschillende tijdslagen: de opname, het afdrukken maar ook de periode daartussen waarin het latente beeld transformeert in het hoofd van de kunstenaar. Licht en ruimte worden gecapteerd en tegelijk ontworteld aan de concrete context. In de donkere kamer bewerkt Van Menxel de negatieven met onconventionele middelen: ze likt het fotopapier, gaat erop zitten of past belichtingstijden en chemicaliën aan tot een verwacht dan wel onvoorzien effect wordt bereikt. Het doorgedreven uitproberen en aftasten leidt tot sensuele reeksen van gelaagde beelden.