Rond 1950 schildert Roger Raveel een hele reeks stillevens met tafeltjes, meestal schuin in bovenaanzicht bekeken. Soms staat er een lege stoel bij, soms zit er een vrouw aan tafel. Op de tafel zien we alledaagse en volkse, maar ook eigentijdse en moderne voorwerpen: een cactus, een potje, een glas, een mes, een schaar, een koffiekan, een broodplank, een notitieboekje. Op het vlak van de tafel analyseert Raveel de dingen vanuit hun eigenheid en aanwezigheid. Hij geeft ze elk een eigen plastische vertaling. Sommige voorwerpen herleidt hij tot een vlek of een silhouet, andere worden meer realistisch weergegeven waarbij veel aandacht gaat naar het materiaal of de textuur. Vaak terugkerende motieven zijn de glanzende metalen koffiekan en de grillige houtstructuur van de tafel.
